top of page
Zoeken

Wat je darmen met je gedachten te maken hebben — en waarom dat niet gek is

  • Foto van schrijver: Mevrouwtje Prikkel
    Mevrouwtje Prikkel
  • 27 aug
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 31 aug

Oh, wat was ik blij toen ik een nieuwsbrief opende en las over een recent gepubliceerd onderzoek over de relatie tussen onze darmen en hersenen. Niet omdat het nieuws is. Er komen al jaren onderzoeken uit over dit onderwerp.

Maar omdat dit weer een puzzelstukje bevestigt wat al jaren vermoedt wordt.


Het gaat over coeliakie: een auto-immuunziekte waarbij gluten de darmwand beschadigen. Maar het onderzoek gaat eigenlijk over iets veel breder: hoe wat er in je darmen gebeurt, direct invloed heeft op hoe je brein functioneert. Op je stemming, je concentratie, je angst. Op klachten die we normaal gesproken eerder aan psychologie toeschrijven dan aan voeding.


En dat raakt precies de kern van wat ik doe.



Je darmen zijn geen bijzaak

We zijn gewend om lichaam en geest als twee aparte dingen te zien. Je gaat naar de huisarts voor je buik en naar de psycholoog voor je hoofd. Twee aparte problemen, twee aparte oplossingen.

Maar zo werkt het niet.


Je darmen en je hersenen staan in directe verbinding via de nervus vagus — een lange zenuw die van je hersenstam tot diep in je buik loopt. Ze praten voortdurend met elkaar. Wat er in je darmen gebeurt, beïnvloedt je brein. En wat er in je brein gebeurt, beïnvloedt je darmen.


Dat noemen we de hersen-darm-as. En die as is bij mensen met een neurodivergent of sensitief zenuwstelsel extra gevoelig.


Wat het onderzoek laat zien

De onderzoekers keken naar mensen met coeliakie en wat hen opviel was dit: naast de bekende darmklachten hadden veel van deze mensen ook neurologische en psychiatrische klachten. Concentratieproblemen. Angst. Depressie. ADHD-achtige symptomen. Autismespectrum kenmerken.


Niet als toevallige bijkomstigheid. Als direct gevolg van wat er in de darmen gebeurde.


Hoe? Via een aantal mechanismen die ik ook beschrijf in mijn boek:

Wanneer de darmwand beschadigd of doorlaatbaar is — wat we een "lekkende darm" noemen — kunnen stoffen die er niet doorheen horen toch in de bloedbaan terechtkomen. Die stoffen kunnen ontstekingen veroorzaken, ook in het brein.

Tegelijk verandert de darmflora. De gunstige bacteriën die normaal helpen bij de aanmaak van serotonine nemen af. En zonder voldoende serotonine — je gelukshormoon én ontstekingsremmer in de darmen — heeft je brein het moeilijk.


Bovendien kunnen vitaminetekorten ontstaan, met name B1, B12, ijzer en vitamine D. Tekorten die op hun beurt weer bijdragen aan vermoeidheid, concentratieproblemen en stemmingswisselingen.


Het goede nieuws uit het onderzoek: bij mensen die gluten volledig lieten staan, verbeterden de psychiatrische klachten significant. Bij sommigen verdwenen ze bijna volledig.


Een historische noot die je misschien verbaast

Dit is geen nieuwe ontdekking.

Al in de jaren 50 viel onderzoekers iets op: in landen waar tijdens de Tweede Wereldoorlog weinig tarwe beschikbaar was door schaarste, daalden de opnamecijfers voor schizofrenie. Opvallend sterk. En toen het brood na de oorlog terugkwam, stegen die cijfers mee.


F. Curtis Dohan documenteerde dit systematisch in de jaren 60. Hij sprak over "the bread madness" — broodwaanzin. En hij liet zien dat patiënten met schizofrenie die volledig glutenvrij aten, significant minder en soms helemaal geen klachten meer hadden. Historische rapporten uit 1953 beschrijven herstel van schizofrenie na een glutenvrij dieet.


Dit is niet 'alternatief.' Dit is gedocumenteerde wetenschap die decennialang aan de zijkant is blijven liggen.

Waarom vertel ik dit? Niet om te zeggen dat jij schizofrenie hebt of dat gluten de oorzaak is van alles. Maar om duidelijk te maken hoe groot de invloed van je darmen op je brein kan zijn. Dit gaat niet over een gevoelig buikje. Dit gaat over hoe wat jij eet letterlijk bepaalt hoe jouw brein functioneert.


Maar ik heb geen coeliakie

Dat denk je misschien nu.

En misschien is dat ook zo. Maar het onderzoek laat iets zien dat verder gaat dan coeliakie alleen. Het laat zien hoe de verbinding tussen darmen en brein werkt. En die verbinding heb jij ook.


Je hoeft geen coeliakie te hebben om last te hebben van een verstoorde darmflora, een doorlaatbare darmwand of een tekort aan bepaalde voedingsstoffen. Chronische stress, overprikkeling, een voedingspatroon vol bewerkte producten — dat zijn genoeg redenen om die balans te verstoren.

Zeker als je een gevoelig zenuwstelsel hebt.


Wat dit betekent voor jou

Je concentratieproblemen, je angst, je vermoeidheid — dat zijn geen karaktertrekken. Het zijn signalen. Van een lichaam dat iets nodig heeft.

En voeding is één van de krachtigste manieren om dat lichaam te ondersteunen. Niet als wondermiddel. Niet als vervanging van professionele hulp. Maar als fundament.


Dat is precies waar mijn boek Voeding voor je overprikkelde brein over gaat. Hoofdstuk 3 gaat dieper in op de darmen en de hersen-darm-as. Hoofdstuk 4 bespreekt je immuunsysteem en de rol van ontstekingen. Allemaal onderbouwd — en allemaal vertaald naar wat jij er concreet mee kunt doen.


Ben je nieuwsgierig? Lees alvast een stukje via het inkijkexemplaar, of reserveer jouw exemplaar voor de lancering op 29 september.


Je darmen hebben iets te zeggen. Het is tijd om te luisteren.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page